Opm. Kadernota 2007-2011

Opm. Kadernota 2007-2011

Opmerkingen Kadernota 2007-2011
Presteren kan niet zonder meer

Behandeling in de raadsvergadering

Voorzitter,

Het college gaf de kadernota de titel: ‘Presteren kan niet zonder meer’. Dit om de noodzaak te onderstrepen dat er meer capaciteit nodig is om al het werk te doen. Dat kost geld, maar… er worden vruchten beloofd. De inbreng van de ChristenUnie heet dan ook: ‘Volgend jaar een goede oogst….?’ U schept verwachtingen en belooft prestaties. Daar zult u aan gehouden worden.

Wat valt op aan deze kadernota c.q. wat zijn de hoofdlijnen:

- formatie-uitbreiding
- de bezuinigingen zijn voor een groot deel gerealiseerd
- er is weer wat ruimte voor nieuw beleid
- er is een uitgebreide risicoparagraaf opgenomen
- er is een model opgenomen om de rapportage over de voortgang van de programmabegroting te structureren
- actualisatie en aanpassingen van verschillende budgetten voor 2008
- nullijn wordt voorlopig nog gehandhaafd

Formatie-uitbreiding: bij de behandeling van het voorstel inhuur externen heeft de ChristenUnie al de noodzaak aangegeven om vacatures weer structureel te gaan invullen, met dien verstande dat deze mensen ook na de reorganisatie nodig zijn. De belangrijkste afweging daarbij is dat het nog langer inhuren terwijl bekend is dat die functies behouden blijven teveel geld kost. Het blijkt dat als deze vacatures niet worden vervuld, externe inhuur nodig blijft. Het argument van: er is geld over voor nieuw beleid en we steken het in personeel gaat niet op. Hoe je het went of keert, het geld wordt uitgeven aan personeel, of het nu om een structurele uitbreiding gaat of om inhuur. Daarbij komt dat de hele raad een betere dienstverlening eist en wenst dat beleid wordt uitgevoerd. Ook de doorlichting van de gemeentebegroting is hier relevant: het is de bedoeling om ook de taken van de gemeente te onderzoeken op nut, noodzaak, efficiency en doelmatigheid. Wie weet wat dat nog oplevert.

Bezuinigingen: we hebben nog 126.104 euro te gaan. Het is een pijnlijk en moeizaam proces geweest. Nu is het zaak de financiën in evenwicht te houden om te zorgen dat een dergelijke operatie niet nog eens nodig is. In dit licht vragen we ons wel af welk effect het forse bedrag voor de structurele formatie-uitbreiding heeft op de mogelijkheden om de begroting op de langere termijn sluitend te houden. De fractie vindt het een goede zaak om ook in het licht van de bezuinigingen de gemeentebegroting door te lichten.

Nieuw beleid kan mooi en uitdagend zijn. Maar de ChristenUnie hecht er eerst en vooral aan dat het lopende beleid uitgevoerd wordt. We willen een betrouwbare overheid zijn en zullen dus eerst waar moeten maken wat we al beloofd hebben. Er zijn achterstanden. Die hebben prioriteit. Daar willen we resultaten zien. Daarnaast verwachten we een verbetering van de kwaliteit van dienstverlening, niet alleen naar de bevolking, ook naar de raad. Met de nieuwe vergaderstructuur in het vooruitzicht zal dat nog de nodige voeten in de aarde hebben.

Er wordt voorgesteld ruim 181.000 euro uit te trekken voor nieuw beleid, waarvan, als we het goed gelezen hebben, 46.000 euro aan wettelijke verplichtingen (bodemonderzoek en inspectie kindercentra). Dat betekent ruim 135.000 euro nieuw beleid naar eigen keuze. De ChristenUnie kan zich in de meeste voorstellen vinden. We hebben moeite met:

- aanstellen coördinator cultuurhistorie/toerisme. Niet omdat we het onderwerp niet belangrijk vinden. Maar de basis van dit voorstel ligt in het marketingplan. Wij kennen dit marketingplan niet en weten dus ook niet wat we kunnen verwachten en of een dergelijke coördinator wel nodig is. Misschien kan het geld beter gebruikt worden voor het opstellen van een cultuurnota om na te gaan welke ambities op het gebied van cultuur passend zijn voor onze gemeente
- maalvaardig maken van de Twuyvermolen. We vragen ons af wat nu precies de reden is om dit als nieuw beleid op te voeren. Het is een actie die het college wil ondernemen, maar welk nieuw beleid ligt hier nu aan ten grondslag? Het wordt niet genoemd in het coalitieakkoord en is geen speerpunt volgens het collegeprogramma.  Wellicht kan dit geld beter gebruikt worden voor het aangekondigde aanvullende onderzoek naar accommodaties in Oudkarspel.

Risicoparagraaf: het college heeft de kritische opmerkingen over het ontbreken van inzicht in het weerstandsvermogen en de weerstandscapaciteit ter harte genomen. De inventarisatie wordt helder weergegeven. We vragen ons wel af of iets wat politiek beïnvloedbaar is wel een risico kan zijn. Als ik ga autorijden dan loop ik het risico van een aanrijding. Dat risico kan ik niet beïnvloeden. Ik kan wel maatregelen nemen, dan wel achterwege laten, die de mogelijke gevolgen beïnvloeden. Er is een verschil tussen een risico nemen en een risico lopen. De vraag is dus welke criteria gehanteerd worden om iets tot een risico te bestempelen. Wellicht kan dat nog een verdere uitwerking krijgen.

Voortgang programmabegroting: Wij begrijpen dat dit een eerste aanzet is. Nu kunnen we er nog niet zoveel mee. Het kan voor de toekomst een goede methode zijn om aan te geven wat de stand van zaken is. De opmerkingen die nu volgen, zijn bedoeld om mee te nemen bij de verdere groei hierin.

- het antwoord op de vraag ‘wat hebben we ervoor gedaan’ moet goed aansluiten bij de vraag ‘wat hebben we bereikt’, dat is niet overal het geval
- let goed op wat actie is en wat al bereikt is, dat loopt nog wel eens door elkaar
- de antwoorden op de vragen ‘wat hebben we gedaan’ en ‘wat gaan we ervoor doen’ kloppen niet altijd en worden her en der door elkaar gehaald
- wees concreet, formuleer SMART en informeer echt zodat er daadwerkelijk inzicht gegeven wordt in de stand van zaken. Hier blijkt maar weer dat de vierde W-vraag actueel is: wanneer zijn we tevreden. Iets willen is niet genoeg. Het gaat er om welk resultaat we minimaal willen zien. Als dat benoemd wordt kan er beter gecontroleerd worden. Dan wordt ook inzichtelijk wat niet bereikt is.
- u heeft het in deze bijlage over beleidsspeerpunten en noemt vervolgens alles wat in de begroting staat genoemd. Zijn dit nu allemaal speerpunten? Dat getuigt niet erg van het hebben van een visie. Dat kunnen we ons niet voorstellen. Noem het ‘voortgang programmabegroting’, desnoods met het apart vermelden van de speerpunten uit het collegeprogramma.
Actualisatie en verruiming budgetten: actualisatie houdt wat ons betreft in: het doen van aanpassingen volgend uit ontwikkelingen die zich voordoen na het vaststellen van de begroting. Met andere woorden: actualisatie geeft de dynamiek van de organisatie weer die in de begroting niet te voorzien was. Actualisatie mag ook geen verkapte beleidswijziging inhouden. (welstand naar beneden, anders beleid voeren? Blz. 47, 63) We vragen ons af of de actualisatie in bepaalde opzichten niet voorzienbaar was en daarom in de begroting thuishoorde. Bijvoorbeeld als het gaat om het alsnog verwerken van lasten. Voor het overige zijn de vragen die bij ons leefden ten aanzien van de actualisatie naar tevredenheid beantwoord.
Een andere vraag is of de aanpassingen in de budgetten voor 2008 aanvaardbaar zijn. De verklaring hiervoor, gegeven bij de beantwoording van de technische vragen, nemen we voor kennisname aan. We begrijpen niet zo goed dat dit niet ook als actualisatie wordt opgevoerd en wat de achterliggende reden is om verschuivingen van doorbelasten van personeel op te voeren. Misschien is het een idee om ook deze aanpassingen uit te leggen in de kadernota.

Nullijn: u geeft aan dat er pas in 2011 ruimte is om de nullijn op te heffen. Feitelijk geldt een nullijn als een bezuiniging voor de instellingen. En die zijn al geconfronteerd met bezuinigingen die hard nodig waren. Nu worden ze nog jaren geconfronteerd met bezuinigingen. Deze kaasschaafmethode is naar onze mening maar beperkt hanteerbaar, willen we niet het risico lopen om voorzieningen langzaam maar zeker verder uit te kleden en instellingen jarenlang intern gericht bezig te laten zijn om te zorgen dat ze de nullijn op kunnen vangen. In de eigen organisatie wordt ook rekening gehouden met loonontwikkeling en de daarbij behorende lastenstijging. Bent u bereid te overwegen de nullijn voor wat betreft personeelslasten in 2008 los te laten en dit in de begroting 2008 mee te nemen? Opheffen van de nullijn voor subsidies in zijn geheel kost voor 2008 40.000 euro. Hiervan is 70 tot 80 procent gemoeid met personeelslasten. Voor 2008 dus maximaal 32.000 euro. Het te verwachten overschot vanaf 2008 zou hiervoor voldoende kunnen zijn.

Tot slot vraagt u een mening over het opvoeren van indexcijfers van het CBS. Wat ons betreft hoeft dat alleen indien dit aantoonbare toegevoegde waarde heeft.

Tot zover.