Vragen over kadernota

Technische vragen over kadernota incl. beantwoording

Technische vragen en ChristenUnie over kadernota 2007-2011 inclusief beantwoording college

1. Blz. 18, interne organisatie: welke bedrag is gerealiseerd?

Het MT heeft de opdracht gekregen om de taakstelling geheel te realiseren. Hiervoor zijn de benodigde acties al uitgezet. In deze kadernota zijn voor 2007 budgetten verlaagd tot een bedrag van € 288.400. Het restant staat nog als een taakstelling open. Vanaf 2008 is de gehele taakstelling ingevuld.


2. Blz. 20, tweede alinea: u spreekt hier over een rapportage van de Rekenkamer over een onderzoek naar o.a. de doorlooptijd van bouwvergunningen. Kent de raad dat rapport?

Het betreffende rapport betreft een concept en is door de Rekenkamer, conform de afgesproken procedure, aan het college verzonden voor een reactie in het kader van hoor en wederhoor. Wanneer het rapport aan de raad wordt aangeboden is een zaak tussen de rekenkamer en de raad. Hier staat het college buiten.


3. Blz. 21: de voorstellen zijn allemaal goed onderbouwd, behalve die van de afdeling BOR en BFZ, het eerste voorstel. Wat zijn de gevolgen als deze functies niet worden ingevuld?

Deze formatievraag van BFZ (eerste punt, 0,3 fte) heeft te maken met de al sedert 2003 bestaande inhuur van een juridisch medewerker voor enkele uren per week. De werkzaamheden betreffen in hoofdzaak advisering van hoogkwalitatief juridisch niveau op met name het terrein van grondexploitaties, handhavingsacties, privaatrechtelijke kwesties en andere bijzondere opdrachten. Als deze functie niet wordt gecontinueerd ontstaan problemen bij de afdoening van zaken.

In de Kadernota is aangegeven dat de afdeling Beheer Openbare Ruimte structureel behoefte heeft aan 2 extra medewerkers. Eén medewerker voor de uitvoering van reguliere beheertaken: zonder uitbreiding van de afdeling zullen er jaarlijks beheertaken worden uitgesteld en achterstallig onderhoud worden opgebouwd. Vanuit het gemeentelijke rioleringsplan wordt er tevens personeel ingehuurd. Gezien de minimale bezetting is inhuur noodzakelijk om de projecten uit het GRP te kunnen uitvoeren. Ook wordt in sommige gevallen het toezicht op werken uitbesteed. Met een extra medewerker is dit niet of minder nodig. Ten opzichte van de inhuurkosten zijn wij van mening dat uitbreiding kostenbesparend kan zijn. De onderbouwing is overigens gegeven in het afdelingsplan van de afdeling.
Verder is in de Kadernota aangegeven dat er behoefte is aan een handhaver. Op dit moment blijft een aantal taken liggen of wordt er minimaal aandacht aan besteed. In sommige gevallen is dit financieel nadelig. Te denken valt aan handhaving en controle van de nutsbedrijven, vaak komt het voor dat de nutsbedrijven geen melding maken van het openbreken van de verharding. De gemeente draait dan op voor de herstelkosten. Andere voorbeelden zijn handhaving bij vandalisme, reclameborden, oneigenlijk gebruik openbare ruimte, in gebruik genomen openbaar groen etc.


4. Blz. 22: hoe verhoudt zich het bedrag voor de structurele formatie-uitbreiding tot het toegekende krediet voor inhuur?

Het krediet voor externe inhuur heeft betrekking op 2007. Het bedrag voor de structurele formatie-uitbreiding heeft betrekking op 2008 en volgende jaren.

 

5. Blz. 25: u handhaaft vooralsnog de nullijn in de begroting. Wat kost opheffen van de nullijn, en dan in het bijzonder m.b.t. subsidies? In hoeverre is het reëel om de nullijn vol te houden voor de instellingen, terwijl we dat niet doen voor de kostenstijgingen van de gemeente zelf. Geldt ook daarvoor niet: presteren kan niet zonder meer? Van belang is geen voordelen in te boeken waarvan we kunnen verwachten dat niet gerealiseerd kunnen worden.

Als we rekening houden met een gemiddeld indexcijfer van 2% over de component overige goederen en diensten en subsidies, laat het opheffen van de nullijn de volgende extra lasten zien. De lasten van de subsidies zijn in dit overzicht apart weergegeven.

Categorie 2008 2009 2010 2011
Totaal opheffen nullijn  €        175.000   €        350.000   €        525.000   €        700.000
Waarvan voor
subsidies  €          40.000   €          77.000   €        116.000   €        154.000

De nullijn betreft ook de kostenstijgingen van de gemeente zelf. Alleen waar dit niet kan door bijvoorbeeld wetgeving, gemeenschappelijke regelingen of contracten is dit niet doorgevoerd. Dit levert knelpunten op met name in het onderhoud van de openbare ruimten. De nullijn wordt nog aangehouden omdat de resultaten in meerjarenbeeld nog geen ruimte bieden om deze op te heffen.


6. Blz. 43: nieuw beleid: Programmabureau Integrale Veiligheid: wat gaat dit bureau doen?

Dit bureau is op 20 mei 2005 in het leven geroepen door de burgemeesters van de politieregio NoordHolland Noord. Het bureau ondersteunt de gemeenten bij het ontwikkelen van de integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken teneinde de gemeenten beter hun regierol op het terrein van integrale veiligheid te kunnen laten vervullen. Daarnaast ondersteunt het bureau de gemeenten bij de voorbereiding en de invoering van nieuwe wetten op het terrein van veiligheid en openbare orde. In 2007 zijn de volgende projecten door het bureau opgezet: Project Veilig Uitgaan, Project BIBOB en Project Toezicht en handhaving kleine ergernissen.

In juli 2006 is aan ons gevraagd bij te dragen in de kosten van dit bureau. Op 6 maart 2007 hebben wij besloten voorshands voor de periode 2007 tot en met 2010 bij te dragen in de kosten van instandhouding van dit bureau.


7. blz. 59: Project Normen en Waarden: wat is hier aan uitvoering gedaan en welke concrete resultaten zijn er bereikt in 2006 en tot nu toe?

Er is een klankbordgroep ingesteld die het project heeft begeleid. Daarnaast is een tijdelijke subsidieregeling vastgesteld waar scholen een beroep op konden doen. Door meerdere basisscholen is deze subsidieregeling gebruikt om een lesmethode over normen en waarden aan te schaffen. In 2005/2006 is nog een aantal artikelen verschenen in het Langedijker Nieuwsblad. Resutaten van de genoemde activiteiten in de sfeer van bijvoorbeeld houding en gedrag van bevolking(-sgroepen) zijn niet gemeten en dus niet bekend. Daartoe had trouwens ook eerst een nulmeting dienen te zijn verricht.


8. Blz. 61: zijn de bedragen nieuw beleid en actualisatie voor de jaren 2007 en 2008 niet omgewisseld?

Ja, deze staan inderdaad andersom.


9. Blz. 63: hier wordt een bijdrage aan het SNK afgeraamd, net als bij het programma Veiligheid. Wat is het verschil tussen die bedragen of betreft het een doublure?

Het SNK is opgeheven. Op Veiligheid en Ruimtelijke Ordening stonden nog ramingen voor de SNK bijdrage. Het was tot nu toe onduidelijk of de portefeuillehoudersoverleggen op deze onderdelen nog lasten met zich zouden meebrengen. De afgelopen jaren is dit niet gebeurd en de budgetten worden nu afgeraamd.


10. blz. 77: in dit programma wordt ontwikkelingssamenwerking opgevoerd. Deze post staat in de begroting bij programma Sociale voorzieningen. Vanwaar deze wijziging?

De reden van de overheveling van de post ontwikkelingssamenwerking heeft te maken met het feit dat het beter past onder het beoogde maatschappelijke effect van programma Maatschappelijke Ondersteuning dan onder de beoogde resultaten van het programma Sociale Voorzieningen.


11. het totaalplaatje van alle voordelige en nadelige resultaten in de saldi na bestemming in relatie met de begroting is 117.000 euro negatief. Wat zegt dit?
 
Het bedrag van € 117.000 kunnen wij niet herlijden. Het totaal van de voor- en nadelige resultaten na bestemming is € 267.346. Ter verlaging van dit tekort doen wij een aantal dekkingsvoorstellen zodat het uiteindelijke begrote tekort voor 2007 uitkomt op € 88.541. Dit zegt, dat de diverse actualisaties en nieuwe beleidsvoornemens, het (kleine) batige saldo gewijzigd hebben in een tekort.


12. blz. 91, Nr. 2: u heeft het over suggesties, maar wat gaat u er concreet aan doen?

Dit wordt nog doorgenomen en besproken met de betreffende afdeling.


13. Blz. 69: Moet de actualisatie in het programma Milieu en Volksgezondheid voor de elementen riolering en waterzuivering en huishoudelijk afval niet meer budgettair neutraal uitvallen wegens de heffingen en de voorzieningen die hier tegenover staan?

Het totaal van de taken afvalstoffen en riolering moet budgettair neutraal zijn. Onder actualisatie staan een aantal aanpassingen van budgetten. Deze komen vooralsnog ten laste van de betreffende voorziening.De mutaties in de voorzieningen staan echter niet onder actualisatie maar worden direct verwerkt. Het totaal van de afvalstoffen en riolering komt op € 0 uit.


14. Pagina 15/16: goed om daadwerkelijk een verlaging van de afvalstoffenheffing door te voeren. Welke prognose geldt hiervoor?

Voor de afvalstoffenheffing gaan wij uit van de gerealiseerde opbrengst in voorgaande jaren vermeerderd met de extra opbrengsten uit verwachte gereedmeldingen van woningbouw.


15. In hoeverre is bij de berekening van de algemene uitkering rekening gehouden met de ontwikkeling van de relevante parameters als aantal inwoners, wooneenheden, wegen, e.d. als gevolg van de groei van de gemeente?

Jaarlijks wordt een prognose vastgesteld voor de groei van het aantal woningen en inwoners. Deze prognose is gebaseerd op de woonvisie. Het collegebesluit waarin deze prognose wordt vastgesteld zullen we ter inzage leggen. Zie ook vraag 22.


16. Er worden stevige plannen geformuleerd voor de structurele uitbreiding van het personeel. Dit heeft een logica vanuit het perspectief dat de gemeente de afgelopen jaren is gegroeid en uitbreiding nauwelijks is toegepast. Daarbij doet zich de vraag voor of de voorgestelde uitbreiding passen bij de omvang en taken van de gegroeide gemeente. Onderzoek naar de positionering van de personeelsformatie in relatie met de omvang van de gemeente en daarbij splitsing van direct uitvoerende medewerkers en meer overheadachtige functies zou wenselijk zijn om meer onderbouwd te kunnen besluiten over de forse structurele uitbreiding. Wordt/is een dergelijk onderzoek gedaan en zo ja, welke uitkomsten zijn daarvan beschikbaar?

Wij zijn met u van mening dat de positionering van de personeelsformatie in relatie met de omvang van de gemeente (lees omvang takenpakket, ambitieniveau en taken t.g.v. de veranderende overheid) nader onderzocht zouden kunnen worden.

Echter opgemerkt kan worden dat bureau ACTA-advies in opdracht van het MT van de gemeente Langedijk in 1999 een formatieonderzoek heeft uitgevoerd.
De uitkomsten van dit onderzoek geeft aan dat er op dat moment over de gehele linie sprake was van onderbezetting. Ook op latere momenten zijn er interne onderzoeken uitgevoerd naar de omvang van de formatie  in relatie tot gemeenten met gelijke omvang en taakstelling. Ook uit deze onderzoeken blijkt dat de formatie van de gemeente Langedijk achterblijft bij de referentiegemeenten. Het laatste onderzoek uitgevoerd bij de afdeling OB&P door KplusV organisatie-advies laat een zelfde beeld zien. Er is een duidelijke tendens waarneembaar dat de tekorten in de formatieomvang in de tijd toeneemt. Gevoeglijk mag worden aangenomen dat het geschetste beeld juist is. De recentelijk opgestelde afdelingsplannen laten een zelfde beeld zien.
Zie overigens de beantwoording bij vraag 47.  


17. Blz 20. Voorgesteld wordt om € 150.000 per jaar voor actualisering van de bestemmingsplannen eventueel te dekken uit de reserve bouwgrondexploitatie. Op blz. 26 wordt een uitname uit deze reserve voorgesteld voor de dekking van salarislasten van € 170.721. In de discussies bij de jaarrekening 2006 werd gesteld dat de reserve nodig is om alle risico’s op het gebied van de grondexploitatie af te dekken. Hoe past het voorstel bij het karakter van de reserve als zijnde noodzakelijk voor de risico’s in de grondexploitatie? Wordt het op die manier niet een gewone algemene reserve?

Er wordt nog niet concreet voorgesteld om de actualisatie van de bestemmingsplannen te dekken uit de reserve bouwgrond. Het is inderdaad zo, dat deze reserve nodig is voor risico’s binnen de bouwgrondexploitatie. Bij de eindejaarsrapportage 2006 is de noodzakelijke buffer hiervoor gesteld op € 8,5 miljoen. Voor het meerdere is aangegeven, dat er nog risico’s zijn op het gebied van infrastructurele maatregelen e.d. Hierbij is de omvang niet aangegeven. De reserve bouwgrond bedraagt nu € 10 miljoen. Een onttrekking van € 170.721 achten wij verantwoord. Bij verdere onttrekkingen dient een onderbouwing op de risico’s van infrastructurele maatregelen onderdeel van het voorstel te zijn.


18. Op blz 23 staat aangegeven dat de kosten van de buitenschoolse opvang van de brede school (deels) wordt bekostigd door de gemeente. Waarom is dat zo? Dit is toch een kwestie tussen de school, kinderopvangorganisaties en het Rijk. Welke taak heeft de gemeente nog in dit geheel? En welke consequenties heeft deze vergoeding voor de andere scholen binnen de gemeente die met dezelfde problematiek worden geconfronteerd. Kunnen die ook een verzoek indienen voor een bijdrage?

Het betreft hier de kapitaalslasten van de ruimte in cultureel-educatief centrum De Binding voor de naschoolse opvang van 12-jarigen en ouder.


19. Paragraaf weerstandsvermogen: Complimenten voor de behoorlijke professionaliseringsslag. Nog wel een paar vragen/opmerkingen:

- niet helder is hoe de berekening van het uiteindelijke risicobedrag (laatste kolom) uit de daaraan voorafgaande parameters volgt. Kan dit aangegeven worden?

De berekeningen in de risicoparagraaf werkt als volgt:
Kans maal gevolg. Stel dat de kans tussen de 10% en 25% ligt en het totaal risicogevolg ligt tussen de € 50.000 en € 100.000, dan nemen we 25% x € 100.000 = € 25.000.
Dan wordt er gekeken of het een incidentele of structurele post is. Bij incidenteel blijft het bedrag op € 25.000, en bij structureel maken we de berekening maal 4, in dat geval zal het bedrag neerkomen op € 100.000.

- Opvallend is dat van sommige programma’s een uitgebreide risicoanalyse is gemaakt en dat van andere programma’s geen risico’s blijken. Bijvoorbeeld onderwijs: wij kunnen ons voorstellen dat de groei van de gemeente een extra inzet vraagt voor het realiseren van nieuwe investeringen die uit de beschikbare middelen niet kan worden bekostigd. Ook het programma wijken heeft geen enkel risico. Is hiervoor een verklaring?

Aan de risicoanalyse kunnen altijd nog risico’s worden toegevoegd. De volledigheid van risico’s is immers moeilijk vast te stellen. Het moeten echter wel risico’s zijn. Uw voorbeeld is niet echt een risico. Op basis van leerlingprognoses is heel goed op termijn te voorspellen welke huisvestingsvoorzieningen er voor onderwijs nodig zijn. Hier kunnen de beschikbare middelen binnen de meerjarenplanning op afgestemd worden.

- Hoe ziet het college het proces van vaststelling van beleidskaders voor het weerstandsvermogen?

In deze Kadernota is een eerste opzet gemaakt van de berekening van het noodzakelijke weerstandsvermogen aan de hand van de aanwezige risico’s. De resultaten van de discussie in de raad hierover nemen wij mee bij de opstelling van de paragraaf weerstandsvermogen bij de begroting 2008. Er komt geen apart proces voor de vaststelling van de beleidskaders.

- In de berekening van de risico’s is wel rekening gehouden met het meerjarig effect; bij de vaststelling van de weerstandscapaciteit (onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien) niet. Waarom niet?

Het beschikbare weerstandsvermogen wordt ieder jaar geactualiseerd maar is in feite het beschikbare vermogen in meerjarenbeeld.

- Er is bij de bepaling van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met bestuurlijke claims op bijvoorbeeld de algemene reserve. Daardoor is het de vraag of deze wel juist is aangegeven. Welke criteria worden er gehanteerd bij het vaststellen van de bepaling van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit wordt berekend per een bepaalde peildatum; claims die op dat moment nog niet zijn verzilverd worden niet bij de berekening betrokken.

Gevraagd wordt wat de mening is over de wijze van rapporteren zoals opgenomen in bijlage 2. Onze mening is dat dit een goede opzet is. Wat wel aandacht behoeft is in hoeverre de doelstellingen en verantwoording daarover niet alleen verbaal maar ook in aantallen (prestaties) moet plaatsvinden en de vraag is of het model daarvoor voldoende ruimte biedt.

Met de werkgroep IRIS wordt gewerkt aan een systeem van prestatiesturing. Onderdeel van de uitwerking hiervan is de voortgangsrapportage. Dit kan leiden tot aanpassingen van het nu gehanteerde model.


20. Op pagina 76 is aangegeven dat er kosten zijn voor de kinderopvang o.a. wegens re-integratietrajecten etc. die samenhangen met het faciliteren van bijstandsgerechtigden. Waarom worden deze kosten niet betaald/verantwoord uit/bij het werkdeel van de WWB?

Voor deze kosten ontvangen gemeentes een bijdrage uit het gemeentefonds. Deze bijdrage is niet toereikend. In onze gemeente is er niet voor gekozen dit budget met het werkdeel van de WWB samen te voegen (verschillende budgethouders).

 

21. Een belangrijk punt in de overzichten van de programma’s is dat de gemeente fors geld moet toeleggen op de uitkeringen in het kader van de WWB. Vele gemeenten realiseren op deze uitkering mede gezien de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden juist een positief resultaat. Dit leidt tot de volgende vragen:
- is rekening gehouden met de bijstelling van het macrobudget door het rijk? Zo ja met welk percentage?

De beschikking over het inkomensdeel van de WWB van het rijk is naar beneden bijgesteld. In de Kadernota is rekening gehouden met deze neerwaartse bijstelling.

- Met welke daling van het aantal uitkeringsgerechtigden is rekening gehouden?

De bijstands uitgaven zijn neerwaarts bijgesteld, echter de verwachting is vooralsnog niet dat het aantal uitkeringsgerechtigden zal dalen. Vandaar dat rekening moet worden gehouden met een negatief resultaat.

- Gezien de voorstellen om de formatie ook op dit gebied uit te breiden: is als eens overwogen om op dit gebied samen te werken met andere gemeenten? Zo ja, wat waren de uitkomsten daarvan?

Op 27 juni 2005 hebben de portefeuillehouders van de regio-gemeenten besloten tot een verkenning van een verdere verdieping van de mogelijkheden tot samenwerking.
Deze bestuurlijke opdracht heeft een werkgroep bestaande uit afdelingshoofden nader uitgewerkt. De rapportage “Notitie regionale samenwerking sociale zaken gemeenten Noord-Kennemerland” vormde hiervan het eindverslag. De voorstellen zoals omschreven in deze rapportage werden niet ondersteund door de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. Op dit moment wordt gezocht naar alternatieve voorstellen tot samenwerking.

- In hoeverre verhoudt zich de ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden tot de landelijke?

De landelijke ontwikkelingen laten een sterkere daling van het aantal uitkeringsgerechtigden zien dan in onze gemeente. Een van de redenen daarvoor is de samenstelling van het uitkeringsbestand met bijvoorbeeld veel meer eenoudergezinnen dan het landelijke gemiddelde. In de komende maanden zal bekeken worden welke beleidsaanpassingen en activiteiten nodig en mogelijk zijn om extra uitstroom uit de uitkering te bewerkstelligen.


22. Zijn de financiële parameters ergens opgenomen die worden gehanteerd bij de samenstelling van de begroting, zoals:
- stijgingspercentage loonkosten;
- Idem, materiële kosten;
- Renteomslagpercentage;
- Voornemen stijging belastingtarieven;
- Stijging bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen;
- Etc.

Jaarlijks neemt het college een besluit over dergelijke prognoses. Dit zal ter inzage worden gelegd. Zie ook vraag 15.
 
Technische vragen ChristenUnie over kadernota 2007-2011

23. Blz. 18, interne organisatie: welke bedrag is gerealiseerd?

Het MT heeft de opdracht gekregen om de taakstelling geheel te realiseren. Hiervoor zijn de benodigde acties al uitgezet. In deze kadernota zijn voor 2007 budgetten verlaagd tot een bedrag van € 288.400. Het restant staat nog als een taakstelling open. Vanaf 2008 is de gehele taakstelling ingevuld.


24. Blz. 20, tweede alinea: u spreekt hier over een rapportage van de Rekenkamer over een onderzoek naar o.a. de doorlooptijd van bouwvergunningen. Kent de raad dat rapport?

Het betreffende rapport betreft een concept en is door de Rekenkamer, conform de afgesproken procedure, aan het college verzonden voor een reactie in het kader van hoor en wederhoor. Wanneer het rapport aan de raad wordt aangeboden is een zaak tussen de rekenkamer en de raad. Hier staat het college buiten.


25. Blz. 21: de voorstellen zijn allemaal goed onderbouwd, behalve die van de afdeling BOR en BFZ, het eerste voorstel. Wat zijn de gevolgen als deze functies niet worden ingevuld?

Deze formatievraag van BFZ (eerste punt, 0,3 fte) heeft te maken met de al sedert 2003 bestaande inhuur van een juridisch medewerker voor enkele uren per week. De werkzaamheden betreffen in hoofdzaak advisering van hoogkwalitatief juridisch niveau op met name het terrein van grondexploitaties, handhavingsacties, privaatrechtelijke kwesties en andere bijzondere opdrachten. Als deze functie niet wordt gecontinueerd ontstaan problemen bij de afdoening van zaken.

In de Kadernota is aangegeven dat de afdeling Beheer Openbare Ruimte structureel behoefte heeft aan 2 extra medewerkers. Eén medewerker voor de uitvoering van reguliere beheertaken: zonder uitbreiding van de afdeling zullen er jaarlijks beheertaken worden uitgesteld en achterstallig onderhoud worden opgebouwd. Vanuit het gemeentelijke rioleringsplan wordt er tevens personeel ingehuurd. Gezien de minimale bezetting is inhuur noodzakelijk om de projecten uit het GRP te kunnen uitvoeren. Ook wordt in sommige gevallen het toezicht op werken uitbesteed. Met een extra medewerker is dit niet of minder nodig. Ten opzichte van de inhuurkosten zijn wij van mening dat uitbreiding kostenbesparend kan zijn. De onderbouwing is overigens gegeven in het afdelingsplan van de afdeling.
Verder is in de Kadernota aangegeven dat er behoefte is aan een handhaver. Op dit moment blijft een aantal taken liggen of wordt er minimaal aandacht aan besteed. In sommige gevallen is dit financieel nadelig. Te denken valt aan handhaving en controle van de nutsbedrijven, vaak komt het voor dat de nutsbedrijven geen melding maken van het openbreken van de verharding. De gemeente draait dan op voor de herstelkosten. Andere voorbeelden zijn handhaving bij vandalisme, reclameborden, oneigenlijk gebruik openbare ruimte, in gebruik genomen openbaar groen etc.


26. Blz. 22: hoe verhoudt zich het bedrag voor de structurele formatie-uitbreiding tot het toegekende krediet voor inhuur?

Het krediet voor externe inhuur heeft betrekking op 2007. Het bedrag voor de structurele formatie-uitbreiding heeft betrekking op 2008 en volgende jaren.

 

27. Blz. 25: u handhaaft vooralsnog de nullijn in de begroting. Wat kost opheffen van de nullijn, en dan in het bijzonder m.b.t. subsidies? In hoeverre is het reëel om de nullijn vol te houden voor de instellingen, terwijl we dat niet doen voor de kostenstijgingen van de gemeente zelf. Geldt ook daarvoor niet: presteren kan niet zonder meer? Van belang is geen voordelen in te boeken waarvan we kunnen verwachten dat niet gerealiseerd kunnen worden.

Als we rekening houden met een gemiddeld indexcijfer van 2% over de component overige goederen en diensten en subsidies, laat het opheffen van de nullijn de volgende extra lasten zien. De lasten van de subsidies zijn in dit overzicht apart weergegeven.

Categorie 2008 2009 2010 2011
Totaal opheffen nullijn  €        175.000   €        350.000   €        525.000   €        700.000
Waarvan voor
subsidies  €          40.000   €          77.000   €        116.000   €        154.000

De nullijn betreft ook de kostenstijgingen van de gemeente zelf. Alleen waar dit niet kan door bijvoorbeeld wetgeving, gemeenschappelijke regelingen of contracten is dit niet doorgevoerd. Dit levert knelpunten op met name in het onderhoud van de openbare ruimten. De nullijn wordt nog aangehouden omdat de resultaten in meerjarenbeeld nog geen ruimte bieden om deze op te heffen.


28. Blz. 43: nieuw beleid: Programmabureau Integrale Veiligheid: wat gaat dit bureau doen?

Dit bureau is op 20 mei 2005 in het leven geroepen door de burgemeesters van de politieregio NoordHolland Noord. Het bureau ondersteunt de gemeenten bij het ontwikkelen van de integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken teneinde de gemeenten beter hun regierol op het terrein van integrale veiligheid te kunnen laten vervullen. Daarnaast ondersteunt het bureau de gemeenten bij de voorbereiding en de invoering van nieuwe wetten op het terrein van veiligheid en openbare orde. In 2007 zijn de volgende projecten door het bureau opgezet: Project Veilig Uitgaan, Project BIBOB en Project Toezicht en handhaving kleine ergernissen.

In juli 2006 is aan ons gevraagd bij te dragen in de kosten van dit bureau. Op 6 maart 2007 hebben wij besloten voorshands voor de periode 2007 tot en met 2010 bij te dragen in de kosten van instandhouding van dit bureau.


29. blz. 59: Project Normen en Waarden: wat is hier aan uitvoering gedaan en welke concrete resultaten zijn er bereikt in 2006 en tot nu toe?

Er is een klankbordgroep ingesteld die het project heeft begeleid. Daarnaast is een tijdelijke subsidieregeling vastgesteld waar scholen een beroep op konden doen. Door meerdere basisscholen is deze subsidieregeling gebruikt om een lesmethode over normen en waarden aan te schaffen. In 2005/2006 is nog een aantal artikelen verschenen in het Langedijker Nieuwsblad. Resutaten van de genoemde activiteiten in de sfeer van bijvoorbeeld houding en gedrag van bevolking(-sgroepen) zijn niet gemeten en dus niet bekend. Daartoe had trouwens ook eerst een nulmeting dienen te zijn verricht.


30. Blz. 61: zijn de bedragen nieuw beleid en actualisatie voor de jaren 2007 en 2008 niet omgewisseld?

Ja, deze staan inderdaad andersom.


31. Blz. 63: hier wordt een bijdrage aan het SNK afgeraamd, net als bij het programma Veiligheid. Wat is het verschil tussen die bedragen of betreft het een doublure?

Het SNK is opgeheven. Op Veiligheid en Ruimtelijke Ordening stonden nog ramingen voor de SNK bijdrage. Het was tot nu toe onduidelijk of de portefeuillehoudersoverleggen op deze onderdelen nog lasten met zich zouden meebrengen. De afgelopen jaren is dit niet gebeurd en de budgetten worden nu afgeraamd.


32. blz. 77: in dit programma wordt ontwikkelingssamenwerking opgevoerd. Deze post staat in de begroting bij programma Sociale voorzieningen. Vanwaar deze wijziging?

De reden van de overheveling van de post ontwikkelingssamenwerking heeft te maken met het feit dat het beter past onder het beoogde maatschappelijke effect van programma Maatschappelijke Ondersteuning dan onder de beoogde resultaten van het programma Sociale Voorzieningen.


33. het totaalplaatje van alle voordelige en nadelige resultaten in de saldi na bestemming in relatie met de begroting is 117.000 euro negatief. Wat zegt dit?
 
Het bedrag van € 117.000 kunnen wij niet herlijden. Het totaal van de voor- en nadelige resultaten na bestemming is € 267.346. Ter verlaging van dit tekort doen wij een aantal dekkingsvoorstellen zodat het uiteindelijke begrote tekort voor 2007 uitkomt op € 88.541. Dit zegt, dat de diverse actualisaties en nieuwe beleidsvoornemens, het (kleine) batige saldo gewijzigd hebben in een tekort.


34. blz. 91, Nr. 2: u heeft het over suggesties, maar wat gaat u er concreet aan doen?

Dit wordt nog doorgenomen en besproken met de betreffende afdeling.


35. Blz. 69: Moet de actualisatie in het programma Milieu en Volksgezondheid voor de elementen riolering en waterzuivering en huishoudelijk afval niet meer budgettair neutraal uitvallen wegens de heffingen en de voorzieningen die hier tegenover staan?

Het totaal van de taken afvalstoffen en riolering moet budgettair neutraal zijn. Onder actualisatie staan een aantal aanpassingen van budgetten. Deze komen vooralsnog ten laste van de betreffende voorziening.De mutaties in de voorzieningen staan echter niet onder actualisatie maar worden direct verwerkt. Het totaal van de afvalstoffen en riolering komt op € 0 uit.


36. Pagina 15/16: goed om daadwerkelijk een verlaging van de afvalstoffenheffing door te voeren. Welke prognose geldt hiervoor?

Voor de afvalstoffenheffing gaan wij uit van de gerealiseerde opbrengst in voorgaande jaren vermeerderd met de extra opbrengsten uit verwachte gereedmeldingen van woningbouw.


37. In hoeverre is bij de berekening van de algemene uitkering rekening gehouden met de ontwikkeling van de relevante parameters als aantal inwoners, wooneenheden, wegen, e.d. als gevolg van de groei van de gemeente?

Jaarlijks wordt een prognose vastgesteld voor de groei van het aantal woningen en inwoners. Deze prognose is gebaseerd op de woonvisie. Het collegebesluit waarin deze prognose wordt vastgesteld zullen we ter inzage leggen. Zie ook vraag 22.


38. Er worden stevige plannen geformuleerd voor de structurele uitbreiding van het personeel. Dit heeft een logica vanuit het perspectief dat de gemeente de afgelopen jaren is gegroeid en uitbreiding nauwelijks is toegepast. Daarbij doet zich de vraag voor of de voorgestelde uitbreiding passen bij de omvang en taken van de gegroeide gemeente. Onderzoek naar de positionering van de personeelsformatie in relatie met de omvang van de gemeente en daarbij splitsing van direct uitvoerende medewerkers en meer overheadachtige functies zou wenselijk zijn om meer onderbouwd te kunnen besluiten over de forse structurele uitbreiding. Wordt/is een dergelijk onderzoek gedaan en zo ja, welke uitkomsten zijn daarvan beschikbaar?

Wij zijn met u van mening dat de positionering van de personeelsformatie in relatie met de omvang van de gemeente (lees omvang takenpakket, ambitieniveau en taken t.g.v. de veranderende overheid) nader onderzocht zouden kunnen worden.

Echter opgemerkt kan worden dat bureau ACTA-advies in opdracht van het MT van de gemeente Langedijk in 1999 een formatieonderzoek heeft uitgevoerd.
De uitkomsten van dit onderzoek geeft aan dat er op dat moment over de gehele linie sprake was van onderbezetting. Ook op latere momenten zijn er interne onderzoeken uitgevoerd naar de omvang van de formatie  in relatie tot gemeenten met gelijke omvang en taakstelling. Ook uit deze onderzoeken blijkt dat de formatie van de gemeente Langedijk achterblijft bij de referentiegemeenten. Het laatste onderzoek uitgevoerd bij de afdeling OB&P door KplusV organisatie-advies laat een zelfde beeld zien. Er is een duidelijke tendens waarneembaar dat de tekorten in de formatieomvang in de tijd toeneemt. Gevoeglijk mag worden aangenomen dat het geschetste beeld juist is. De recentelijk opgestelde afdelingsplannen laten een zelfde beeld zien.
Zie overigens de beantwoording bij vraag 47.  


39. Blz 20. Voorgesteld wordt om € 150.000 per jaar voor actualisering van de bestemmingsplannen eventueel te dekken uit de reserve bouwgrondexploitatie. Op blz. 26 wordt een uitname uit deze reserve voorgesteld voor de dekking van salarislasten van € 170.721. In de discussies bij de jaarrekening 2006 werd gesteld dat de reserve nodig is om alle risico’s op het gebied van de grondexploitatie af te dekken. Hoe past het voorstel bij het karakter van de reserve als zijnde noodzakelijk voor de risico’s in de grondexploitatie? Wordt het op die manier niet een gewone algemene reserve?

Er wordt nog niet concreet voorgesteld om de actualisatie van de bestemmingsplannen te dekken uit de reserve bouwgrond. Het is inderdaad zo, dat deze reserve nodig is voor risico’s binnen de bouwgrondexploitatie. Bij de eindejaarsrapportage 2006 is de noodzakelijke buffer hiervoor gesteld op € 8,5 miljoen. Voor het meerdere is aangegeven, dat er nog risico’s zijn op het gebied van infrastructurele maatregelen e.d. Hierbij is de omvang niet aangegeven. De reserve bouwgrond bedraagt nu € 10 miljoen. Een onttrekking van € 170.721 achten wij verantwoord. Bij verdere onttrekkingen dient een onderbouwing op de risico’s van infrastructurele maatregelen onderdeel van het voorstel te zijn.


40. Op blz 23 staat aangegeven dat de kosten van de buitenschoolse opvang van de brede school (deels) wordt bekostigd door de gemeente. Waarom is dat zo? Dit is toch een kwestie tussen de school, kinderopvangorganisaties en het Rijk. Welke taak heeft de gemeente nog in dit geheel? En welke consequenties heeft deze vergoeding voor de andere scholen binnen de gemeente die met dezelfde problematiek worden geconfronteerd. Kunnen die ook een verzoek indienen voor een bijdrage?

Het betreft hier de kapitaalslasten van de ruimte in cultureel-educatief centrum De Binding voor de naschoolse opvang van 12-jarigen en ouder.


41. Paragraaf weerstandsvermogen: Complimenten voor de behoorlijke professionaliseringsslag. Nog wel een paar vragen/opmerkingen:

- niet helder is hoe de berekening van het uiteindelijke risicobedrag (laatste kolom) uit de daaraan voorafgaande parameters volgt. Kan dit aangegeven worden?

De berekeningen in de risicoparagraaf werkt als volgt:
Kans maal gevolg. Stel dat de kans tussen de 10% en 25% ligt en het totaal risicogevolg ligt tussen de € 50.000 en € 100.000, dan nemen we 25% x € 100.000 = € 25.000.
Dan wordt er gekeken of het een incidentele of structurele post is. Bij incidenteel blijft het bedrag op € 25.000, en bij structureel maken we de berekening maal 4, in dat geval zal het bedrag neerkomen op € 100.000.

- Opvallend is dat van sommige programma’s een uitgebreide risicoanalyse is gemaakt en dat van andere programma’s geen risico’s blijken. Bijvoorbeeld onderwijs: wij kunnen ons voorstellen dat de groei van de gemeente een extra inzet vraagt voor het realiseren van nieuwe investeringen die uit de beschikbare middelen niet kan worden bekostigd. Ook het programma wijken heeft geen enkel risico. Is hiervoor een verklaring?

Aan de risicoanalyse kunnen altijd nog risico’s worden toegevoegd. De volledigheid van risico’s is immers moeilijk vast te stellen. Het moeten echter wel risico’s zijn. Uw voorbeeld is niet echt een risico. Op basis van leerlingprognoses is heel goed op termijn te voorspellen welke huisvestingsvoorzieningen er voor onderwijs nodig zijn. Hier kunnen de beschikbare middelen binnen de meerjarenplanning op afgestemd worden.

- Hoe ziet het college het proces van vaststelling van beleidskaders voor het weerstandsvermogen?

In deze Kadernota is een eerste opzet gemaakt van de berekening van het noodzakelijke weerstandsvermogen aan de hand van de aanwezige risico’s. De resultaten van de discussie in de raad hierover nemen wij mee bij de opstelling van de paragraaf weerstandsvermogen bij de begroting 2008. Er komt geen apart proces voor de vaststelling van de beleidskaders.

- In de berekening van de risico’s is wel rekening gehouden met het meerjarig effect; bij de vaststelling van de weerstandscapaciteit (onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien) niet. Waarom niet?

Het beschikbare weerstandsvermogen wordt ieder jaar geactualiseerd maar is in feite het beschikbare vermogen in meerjarenbeeld.

- Er is bij de bepaling van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met bestuurlijke claims op bijvoorbeeld de algemene reserve. Daardoor is het de vraag of deze wel juist is aangegeven. Welke criteria worden er gehanteerd bij het vaststellen van de bepaling van de weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit wordt berekend per een bepaalde peildatum; claims die op dat moment nog niet zijn verzilverd worden niet bij de berekening betrokken.

Gevraagd wordt wat de mening is over de wijze van rapporteren zoals opgenomen in bijlage 2. Onze mening is dat dit een goede opzet is. Wat wel aandacht behoeft is in hoeverre de doelstellingen en verantwoording daarover niet alleen verbaal maar ook in aantallen (prestaties) moet plaatsvinden en de vraag is of het model daarvoor voldoende ruimte biedt.

Met de werkgroep IRIS wordt gewerkt aan een systeem van prestatiesturing. Onderdeel van de uitwerking hiervan is de voortgangsrapportage. Dit kan leiden tot aanpassingen van het nu gehanteerde model.

42. Op pagina 76 is aangegeven dat er kosten zijn voor de kinderopvang o.a. wegens re-integratietrajecten etc. die samenhangen met het faciliteren van bijstandsgerechtigden. Waarom worden deze kosten niet betaald/verantwoord uit/bij het werkdeel van de WWB?

Voor deze kosten ontvangen gemeentes een bijdrage uit het gemeentefonds. Deze bijdrage is niet toereikend. In onze gemeente is er niet voor gekozen dit budget met het werkdeel van de WWB samen te voegen (verschillende budgethouders).

43. Een belangrijk punt in de overzichten van de programma’s is dat de gemeente fors geld moet toeleggen op de uitkeringen in het kader van de WWB. Vele gemeenten realiseren op deze uitkering mede gezien de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden juist een positief resultaat. Dit leidt tot de volgende vragen:
- is rekening gehouden met de bijstelling van het macrobudget door het rijk? Zo ja met welk percentage?

De beschikking over het inkomensdeel van de WWB van het rijk is naar beneden bijgesteld. In de Kadernota is rekening gehouden met deze neerwaartse bijstelling.

- Met welke daling van het aantal uitkeringsgerechtigden is rekening gehouden?

De bijstands uitgaven zijn neerwaarts bijgesteld, echter de verwachting is vooralsnog niet dat het aantal uitkeringsgerechtigden zal dalen. Vandaar dat rekening moet worden gehouden met een negatief resultaat.

- Gezien de voorstellen om de formatie ook op dit gebied uit te breiden: is als eens overwogen om op dit gebied samen te werken met andere gemeenten? Zo ja, wat waren de uitkomsten daarvan?

Op 27 juni 2005 hebben de portefeuillehouders van de regio-gemeenten besloten tot een verkenning van een verdere verdieping van de mogelijkheden tot samenwerking.
Deze bestuurlijke opdracht heeft een werkgroep bestaande uit afdelingshoofden nader uitgewerkt. De rapportage “Notitie regionale samenwerking sociale zaken gemeenten Noord-Kennemerland” vormde hiervan het eindverslag. De voorstellen zoals omschreven in deze rapportage werden niet ondersteund door de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. Op dit moment wordt gezocht naar alternatieve voorstellen tot samenwerking.

- In hoeverre verhoudt zich de ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden tot de landelijke?

De landelijke ontwikkelingen laten een sterkere daling van het aantal uitkeringsgerechtigden zien dan in onze gemeente. Een van de redenen daarvoor is de samenstelling van het uitkeringsbestand met bijvoorbeeld veel meer eenoudergezinnen dan het landelijke gemiddelde. In de komende maanden zal bekeken worden welke beleidsaanpassingen en activiteiten nodig en mogelijk zijn om extra uitstroom uit de uitkering te bewerkstelligen.

44. Zijn de financiële parameters ergens opgenomen die worden gehanteerd bij de samenstelling van de begroting, zoals:
- stijgingspercentage loonkosten;
- Idem, materiële kosten;
- Renteomslagpercentage;
- Voornemen stijging belastingtarieven;
- Stijging bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen;
- Etc.

Jaarlijks neemt het college een besluit over dergelijke prognoses. Dit zal ter inzage worden gelegd. Zie ook vraag 15.