beantwoording vragen van de ChristenUnie inzake deregulering

Onderwerp: Ingekomen stukken aan de raad
De fractie van de ChristenUnie heeft naar aanleiding van ingekomen stuk 9 (Standpunt college inzake vermindering van regelgeving) zeven vragen. De fractie stelt de vragen mede namens de fractie van de PvdA.

Vraag 1:
De insteek is dat er dit jaar een plan van aanpak voor deregulering zal komen. Meedoen aan de voucherregeling wordt afgewezen.

  • Hoe moeten we ons dan het opstellen van een plan van aanpak voorstellen?
  • Intern opgesteld of toch nog uitbesteed?
  • Brengt toch sowieso kosten met zich mee?
  • Nu is er een voordeel te behalen. Wat is nu de ambitie?

Antwoord 1 college:
Er wordt, zoals in de notitie is aangegeven, geen plan van aanpak meer opgesteld, maar er wordt ingestoken op een pragmatische aanpak. Een plan van aanpak zoals de voucherregeling dat vraagt is naar onze mening te uitgebreid en vraagt om heel veel overleg, zowel extern als intern. Wat wij voorstaan is een wijze van werken, waarbij telkens als geroepen wordt om een nieuwe regeling, of als een regeling aangepast moet worden, een toetsingskader (zie ook bladz. 11 van de offerte EIM &  Zenc) daarop losgelaten wordt.
Dan spreken we niet zozeer van een gestructureerd plan van aanpak, maar van een wijze van werken waarbij de dereguleringsgedachte en de gevolgen voor burger en bedrijfsleven van regelgeving veel meer aandacht krijgen. Wij hebben ook aangegeven dat “last hebben van regelgeving” veel meer zit in last hebben van procedures en van controles, dan last hebben van de regeling zelf.
Het voordeel van een subsidie weegt niet op tegen de vele extra kosten van overleg en onderzoek die gemaakt zouden moeten worden.
De vraag van de fracties is, wat onze ambitie nu is. Welnu, wij willen bewerkstelligen dat een verondersteld probleem of risico niet alleen maar wordt opgelost met het invoeren van weer een nieuwe regeling of weer een nieuw controle-instrument voor de burger of het bedrijfsleven, maar op andere wijze wordt opgelost, bijvoorbeeld door overleg en overreding. Onze ambitie is ook dat vermindering van lasten voor de burger en het bedrijfsleven ‘tussen de oren komt te zitten’ Bij de invoering van de omgevingsvergunning en de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) komt die houding aan de orde. Ook de modernisering van de informatievoorziening kan naar onze overtuiging bijdragen aan het beoogde doel, omdat die modernisering mede beoogt om processen beter op elkaar af te laten stemmen.


Vraag 2:
Kunnen we op de manier die het college kiest ook voldoen aan de door het Rijk gestelde norm van 25% verlaging administratieve lasten?

Antwoord 2 college:
Dat is op dit moment niet bekend.

Vraag 3:
De offerte van EIM & Zenc dateert van 19 oktober vorig jaar. Hoe komt het dat de raad bij het indienen van een motie over dit onderwerp bij de begrotingsbehandeling van 8 november niet is geïnformeerd over de stappen die al gezet waren?

Antwoord 3 college:
Op dat moment was nog geen mening gevormd over de wijze van aanpak. Er waren, afgezien van het opvragen van offertes en het alvast vergaren van informatie, ook nog geen stappen gezet.

Vraag 4:
Welke resultaten zijn er tot nu toe bereikt, zowel door de werkgroep als door de ambtenaar van BFZ.

Antwoord 4 college:
De eerste stap is geweest het uitbrengen van een notitie, het innemen van een standpunt hierover door het Managementteam en door ons college, en het vervolgens aan u ter kennisname brengen van dit standpunt. Er bestaat geen werkgroep voor dit onderwerp.

Vraag 5:
Begrijpen wij goed dat er nu per concreet geval wordt gedereguleerd? Vindt hierover vastlegging plaats zodat in het volgende geval de deregulering verder ingevoerd wordt? Met andere woorden: hoe wordt het structureel gemaakt en hoe verloopt de communicatie hierover?

Antwoord 5 college:
Wij gaan pragmatisch, dus van geval tot geval te werk. Maar wel met dezelfde toetsingscriteria. Over wijziging van beleidsuitvoering, in casu dus ook over het verminderen van regels zal op de gebruikelijke wijze gecommuniceerd worden. 

Vraag 6:
Kan de raad per kwartaal de resultaten te zien krijgen van wat er in dat kwartaal aan resultaten op het gebied van deregulering is behaald, welke invalshoek (organisatie, bevolking, bedrijven, Rijk) daarvoor is gehanteerd en wat de gevolgen zijn voor de dienstverlening?

Antwoord 6 college:
De door de fractie gevraagde  resultaten (aantal regels wat is afgeschaft) zijn misschien nog wel aan te duiden, maar de effecten in de zin van vermindering van administratieve lastendruk voor burgers en bedrijfsleven  zijn niet concreet meetbaar, althans niet in een paar jaar. Dit is lange termijnwerk.

Vraag 7:
Is er met het collegestandpunt recht gedaan aan de motie aangaande regelgeving, ingediend bij de begrotingsbehandeling van 8 november 2007?

Antwoord 7 college:
Wellicht niet naar de letter, wel naar de geest. Overigens, de analyse waar in die motie over gesproken wordt, was zeker niet binnen de in die motie gegeven termijn mogelijk geweest. Daarvoor was namelijk de uitgebreide aanpak als bedoeld in de voucherregeling nodig en zoals gezegd zien wij daarvan af.