klachtenverordening en verordening op de bezwaarschriftencommissie.

College van B&W gemeente Langedijk
Postbus 15
1723 ZG Zuid-Scharwoude

Betreft: schriftelijke vragen klachtenverordening en verordening op de bezwaarschriftencommissie.
Datum: 29 september 2008

Geacht college,

Het vertrouwen van de Langedijker bevolking in de gemeente als lokale overheid wordt mede bepaald door de manier waarop die lokale overheid omgaat met de belangen van de Langedijker bevolking. Zij hebben recht om te weten waar zij aan toe zijn. De bevolking moet kunnen rekenen op correcte naleving van procedures en door de lokale overheid vastgestelde, in verordeningen opgenomen regels. Immers, gebruik maken van die procedures en in verordeningen opgenomen regels is voor de bevolking vaak de enige manier om voor zijn belang op te komen.

Daarom hecht de ChristenUnie veel waarde aan het punctueel uitvoering geven aan door de raad vastgestelde procedures en verordeningen. Menig maal is daar al door onze fractie aandacht voor gevraagd.

In de afgelopen tijd heeft de ChristenUnie procedurevragen gesteld bij de forumbehandeling van een klacht en de forumbehandeling van een ingekomen stuk naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift.

De beantwoording in deze concrete gevallen geven de fractie aanleiding om ook in algemene zin vragen te stellen over de uitvoering van termijnen en de uitleg van bepaalde bepalingen zoals die zijn opgenomen in de klachtenverordening 1999 en de verordening commissie bezwaarschriften 2002. Waarbij wij opmerken dat steeds verwezen wordt naar de verordening commissie bezwaarschriften. Dat heeft te maken met het feit dat in art. 5 klachtenverordening is bepaald dat de procedure voor de behandeling van klachten gelijk is aan de procedure van de verordening commissie bezwaarschriften.
 
Diverse artikelen van de verordening commissie bezwaarschriften verklaren bepalingen uit de Awb van toepassing. Aangezien de digitale versie van zowel de klachtenverordening als de verordening commissie bezwaarschriften geen toelichting bevat, hebben wij ons niet om verheldering tot die toelichting kunnen wenden.

Vragen:

  1. Welke rechten kan de bevolking ontlenen aan de genoemde termijn in art. 7:10 lid 1 Awb zoals daar naar verwezen wordt in art. 7, sub f verordening commissie bezwaarschriften?
  2. Is de termijn zoals die genoemd wordt in art. 7:10 lid 1 Awb een ordetermijn of een fatale termijn?
  3. Als vraag 2 beantwoord wordt met ordetermijn wat is dan de betekenis van een wettelijke termijn?
  4. Bent u het met ons eens dat een in een formele wet genoemde termijn geïnterpreteerd moet worden als een wettelijke termijn?
  5. Zo nee, waarom niet?
  6. Zo ja, wat zijn de gevolgen van het overschrijden van de in art. 7:10 lid 1 Awb genoemde wettelijke termijn bij de behandeling van klachten en bezwaren zoals die geregeld is in de verordening commissie bezwaarschriften?
  7. Heeft de commissie voor bezwaarschriften op grond van de verordening commissie bezwaarschriften de mogelijkheid om de termijn van beslissen op een klacht dan wel een bezwaar te verdagen?
  8. Zo nee, waarom niet?
  9. Zo ja, op grond waarvan?
  10. Op welke manier dient de voorzitter het afzien van horen zoals bepaald in art. 9 lid 3 verordening commissie bezwaarschriften, kenbaar te maken?
  11. Wanneer dient de voorzitter het afzien van horen zoals bepaald in art. 9 lid 3 verordening commissie bezwaarschriften aan belanghebbende kenbaar te maken?
  12. Wat is de betekenis van de term ‘tijdig’ zoals genoemd in art. 17 verordening commissie bezwaarschriften?


In het kader van rechtszekerheid heeft de bevolking op zijn minst recht op helderheid over de interpreteerbaarheid van de in verordeningen opgenomen regels. Met het stellen van deze vragen over de behandeling van klachten en bezwaren, wil de ChristenUnie die helderheid verkrijgen.

In afwachting van uw schriftelijke beantwoording.

Met vriendelijke groet,
Erica van As
Fractievoorzitter ChristenUnie